computervrienden

De computer is ouder dan je denkt...

Misschien denk je dat de computer een moderne uitvinding is. Nou, dat is dus helemaal niet zo. De computer is al 358 jaar oud! Daar sta je van te kijken, hè? Veel mensen denken dat de computer ongeveer twintig jaar geleden is uitgevonden. Toen verkocht computerbedrijf IBM haar eerste pc's. Pc staat voor personal computer. Dat betekent dat die computer gewoon op een bureau kan staan. Dus computers voor thuis en voor op kantoor. Vóór die tijd waren computers heel groot en heel duur. Alleen grote bedrijven en universiteiten hadden zulke supercomputers.

Wat was dan wel de allereerste computer?

Dat was de Pascaline. Die werd in 1642 bedacht door de Fransman Blaise Pascal. Het ding was bedoeld als hulpje voor de vader van Blaise, die bij de belasting werkte. Op de Pascaline kon je nog geen spelletjes spelen. Je kon er zelfs geen tekst mee typen! Eigenlijk kon het apparaat maar één ding: optellen. En met een beetje moeite kon Blaise Pascal het apparaat zo veranderen dat je ook getallen van elkaar kon aftrekken. Maar meer kreeg de Pascaline niet voor elkaar! Dat was toch gewoon een simpele rekenmachine, denk je misschien. Inderdaad, de Pascaline was een rekenmachine. Maar de moderne computer is dat ook! Op het beeldscherm van een computer kun je wel tekst en spelletjes zien, maar in het binnenste van de computer werkt alles met getallen. Een computer kan eigenlijk alleen maar optellen, hoe raar dat ook lijkt. Niet voor niets heet het ding een computer: dat komt van het Engelse to compute. En dat betekent: rekenen. Een computer is dus eigenlijk een rekenaar.

Veel mensen hebben een hekel aan rekenen. En ook aan werk dat steeds opnieuw moet worden gedaan. Daarom bedenken mensen apparaten, om dat soort klusjes makkelijker te maken: Iets meer dan 300 jaar geleden (in 1675) bedacht de Duitser Von Leibniz een rekenmachine die al wat méér kon dan die van Blaise Pascal. Joseph Jacquard bouwde ruim 100 jaar daarna (in 1801) een weefgetouw dat automatisch werkte: met ponskaarten. Dat zijn kaarten met een heleboel gaatjes erin. Draai-orgels werken hetzelfde. Kijk maar eens goed als je er eentje ziet: de muziek staat op een lange rits kartonnen kaarten. Er zitten allemaal gaatjes in. Die gaatjes zorgen ervoor dat het draai-orgel op het juist moment de juiste toon speelt. En met het goede instrument! Zo werkte dat weefgetouw ook. Zulke ponskaarten waren ook best handig om andere informatie op te bewaren. Het duurde dan ook niet lang (20 jaar) voordat de Engelsman Charles Babbage een ponskaart-rekenmachine had uitgevonden. De Amerikaan Herman Hollerith gebruikte in 1880 (ruim 100 jaar terug) een ponskaarten-lezer om de resultaten van een volks-telling te verwerken. Later richtte hij de International Business Machines Corporation op. Die naam ken je nu als de computerfirma IBM!

De eerste echte

Al deze uitvindingen waren rekenhulpen en automaten. Ze konden alleen maar dat doen waar ze voor waren gemaakt. In 1936 beschreef de Engelsman Alan Turing hoe een échte computer zou moeten werken. Niet om één soort probleem op te lossen. Deze computer zou ook nieuwe dingen kunnen leren: de machine kon je programmeren. Alan Turing dacht dat hij zo'n computer wel zou kunnen bouwen met tandwielen! De allereerste echte computer werd gebouwd in 1939, ongeveer 60 jaar geleden, door John Atanasoff en zijn assistent Clifford Berry. Zij noemden het apparaat: ABC, van Atanasoff-Berry Computer. Zij gebruikten geen tandwielen. Ze hadden als eersten bedacht dat elektronische onderdelen handiger waren. Een paar jaar later bouwde de Britse regering de computer Colossus. Dat was in de Tweede Wereldoorlog, en Colossus was speciaal bedoeld om geheime berichten van het Duitse leger te vertalen. Een heel beroemde computer heette ENIAC (afkorting van Electronic Numerical Integrator and Computer). Die werd in 1946 gebouwd voor het Amerikaanse ministerie van Defensie. Deze computer was 2 1/2 meter hoog en 24 meter lang! En heel lastig te bedienen: je programmeerde het apparaat door kabeltjes op een stekkerbord te steken.

De uitvinding van de transistor (in 1948) en van de micro-chip waren heel belangrijk. Hiermee kon de computer steeds kleiner, sneller en goedkoper worden.

In 1981 verkocht de firma IBM de eerste IBM pc's. En toen waren computers niet meer weg te denken uit onze wereld.

Door de eeuwen heen...

Van 6000 voor Christus tot het jaar 0 6000v.Chr.

Kleivormpjes

De oudste rekenhulpmiddelen zijn gevonden in Nabije Oosten. Het zijn kleivormpjes of 'tokens', in de vorm van kegeltjes, bollen, piramidetjes en cilinders, om getallen mee uit te drukken. 3500v.Chr.

Spijkerschrift

Het eerste echte schrift was het spijkerschrift en werd vooral gebruikt om te administreren. Het werd ontwikkeld door de Sumeriërs, die in het huidige Irak woonden. Ze krasten spijkervormige tekentjes in zachte klei.

3000v.Chr.

Papyrus

De Egyptenaren schreven op papyrus, gemaakt van de stengel van de papyrusplant die langs de Nijl groeide. Ze beschreven het met rieten pennen. De Egyptenaren gebruikten hiërogliefen, een soort kleine tekeningetjes (pictogrammen) voor een woord of begrip.

1500v.Chr.

Alfabet

Het eerste alfabet werd rond 1500 v.Chr. uitgevonden door Semitische volkeren die langs de oostelijke kust van de Middellandse Zee woonden. Zij gebruikten voor het eerst tekens voor klanken. Daarbij lieten ze de klinkers weg. Uiteindelijk leidde dit tot ons alfabet waarin wel klinkers worden gebruikt. In het Hebreeuwse schrift zijn de klinkers nog lang weggelaten. Tgnwrdg gbrkt mn pntjs n ht Hbrws schrft, dt mkt ht lzn vl gmkklkr.

1000v.Chr.

Abacus

De abacus heeft zich langzaam ontwikkeld tot het telraam zoals we dat nu kennen. Aanvankelijk was het niet meer dan een bord van klei waarop steentjes naar verschillende plaatsen werden geschoven. De abacus wordt al duizenden jaren gebruikt in China en Japan. Uiteindelijk is het een houten telraam geworden met kralen die eenheden, tientallen, honderdtallen, enzovoort voorstellen. De kralen worden heen en weer bewogen bij het rekenen. De bovenste kralen zijn vijf keer zoveel waard als de onderste kralen. Met de abacus kun je optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Vanaf 500 na Chr. wordt de abacus in Europa gebruikt. In China wordt de abacus nog steeds gebruikt.

876v.Chr.

Nul Het gebruiken van een teken voor 'niks' of 'nul' was niet voor de handliggend. Het was dan ook een belangrijke ontdekking die latere ontwikkelingen in het schrijven van getallen als 10, 100, 1000 mogelijk maakte. Het symbool voor nul werd in 876 voor het eerst in India gebruikt. 500v.Chr.

Ganzenveer



Het gebruik van ganzenveren bleek een enorme vooruitgang. Het uiteinde van de veer werd in een punt gesneden en licht gespleten. De holle schacht hield de inkt goed vast die mooi uitvloeide door het gespleten puntje. De inkt werd gemaakt van roet, verbrande olie van olielampen, gemengd met water en plantenhars. Pas in de 19e eeuw werden de veren vervangen door stalen pennen die in het begin nog in de vorm van een veer werden gemaakt.

Van het jaar 0 tot 1600

Jaar 0

105

Papier In China ontdekte T'sai Loen dat hij met in water geweekte houtpulp en vodden papier kon maken.

500

Arabische cijfers

In India vonden Hindoe-wiskundigen de schrijfwijze uit van de cijfers zoals wij die nu gebruiken. Daarvoor werden in Egypte streepjes gebruikt, in het oude Griekenland letters en in het Romeins een soort streepjes zoals je ze nu nog op klokken kunt tegenkomen. Rond 950 werden de Arabische cijfers door de geestelijke Gerbert in Europa geïntroduceerd, al hadden ze nog weinig succes. Pas na 1200 bij de introductie van het cijfer 0 door de Italiaan Fibonacci drong de Arabische notatie van cijfers in Europa door. In 1299 verbood de stad Florence nog de bankiers het gebruik van de Arabische cijfers. Pas in de 17e eeuw werden de Arabische cijfers algemeen aanvaard.

600

Houten drukblok

Rond 600 werden in China hele pagina's gedrukt met een drukblok van hout waarin tekens waren uitgesneden. In 748 verscheen de eerste krant in Peking. In 868 verscheen het eerste volledig gedrukt boek, ook in China.

1189

Papiermolen In 1189 werd de eerste papierfabriek in Zuid-Frankrijk gebouwd in een watermolen. In de eeuw erna kwamen ze overal in Europa voor.

1440

Boekdrukkunst In 1440 startte de Duitser Johann Gutenberg met het gebruik van losse drukletters. Met behulp van een drukpers werden complete boeken gedrukt. De Gutenbergbijbel was het eerste grote gedrukte boek in Europa. Het verscheen in 1454 en het kostte een paar jaar om dit kunststuk te drukken.

Van 1600 tot 1800:

1622

Rekenliniaal

In 1622 vond de Engelsman William Oughtred de rekenliniaal uit. Hij maakte gebruik van de logaritmen die 8 jaar eerder door John Napier ontdekt en berekend waren. Met een lat die schuift werden vermenigvuldigingen vervangen door optellingen. De rekenliniaal werd tot na 1970 algemeen gebruikt door ingenieurs en wetenschappers.

1642

Mechanische rekenmachine

De Fransman Blaise Pascal maakte in 1642 een machine die automatisch kon optellen en aftrekken door middel van tandwielen. Zijn uitvinding werd door zijn vader die bij de belastingdienst werkte erg gewaardeerd. Het principe wordt nu nog gebruikt bij kilometertellers.

1752

Elektriciteit

Benjamin Franklin liet in 1752 zien dat bliksem een vorm van elektriciteit is. Hij liet daarvoor tijdens een onweer een vlieger op; elektriciteit gleed langs het touw en gaf een kleine vonk. In de eeuw hierna werden enorm veel ontdekkingen gedaan waardoor later allerlei elektrische apparaten ontworpen konden worden, zoals de elektromotor, de luidspreker, de gloeilamp, de radio, enz.

Van 1800 tot 1900

1805

Weefgetouw van Jaquard

Joseph-Marie Jaquard ontwikkelde in het begin van de 19e eeuw een weefgetouw waarmee met behulp van ponskaarten tevoren geprogrammeerde patronen geweven konden worden. Deze machine wordt gezien als één van de voorlopers van de computer. 1834

Rekenmachine van Babbage

Charles Babbage ontwierp in 1834 de eerste programmeerbare rekenmachine: hij noemde het de Analytische motor. Een waardige voorloper van de computer, omdat hij in principe alle functies van een echte computer bezat. Hij werkte met ponskaarten en kon berekeningen maken en uitkomsten onthouden. Er zaten meer dan 2000 bewegende onderdelen in. Het was in die tijd moeilijk om het technisch voor elkaar te krijgen; Babbage heeft hem dan ook nooit werkend gezien. Het Science Museum in Londen heeft de machine kort geleden gebouwd en hij werkte perfect.

1837

Elektrische telegraaf

Cooke en Wheatstone ontwikkelden de elektrische telegraaf. Signalen werden over grote afstanden via een draad gestuurd. Vanaf 1840 werden overal in Europe en Amerika telegraaflijnen aangelegd. Samuel Morse bedacht een alfabet van pieptonen, waardoor boodschappen overgebracht konden worden. 20 Jaar later werd de eerste transatlantische kabel onder water aangelegd. Voor het eerst was het mogelijk om sneller dan een paard of een schip te communiceren over grotere afstanden.

1843

Eerste computerprogramma

Ada Lovelace schreef voor de mechanische computer van Babbage de eerste computerprogramma's. Het feit dat een vrouw zich hiermee bezig hield was voor die tijd zeer bijzonder. Vrouwen werden in het onderwijs buitengesloten. Ze kreeg wiskundeles van privéleraren en was goed bevriend met Babbage. Omdat de machine niet gebouwd kon worden, heeft ze haar programma's nooit zien werken.

1854

De Booleaanse algebra George Boole probeerde een algebra te ontwikkelen om de wetten van het denken te onderzoeken. Zijn algebra gebruikt de operatoren 'and' (en), 'or' (of), 'not' (niet) en 'if....then' (als...dan), termen die later in het programmeren van computerprogramma's en zoekmachines voor internet essentieel zijn geworden.

1873

Schrijfmachine

In 1873 ontwierp Christopher Sholes een schrijfmachine met qwerty-toetsenbord, die door de firma Remington werd geproduceerd. Op het toetsenbord waren de letters zo gegroepeerd dat snel typen mogelijk was zonder dat de toetsen elkaar blokkeerden.

1876

Telefoon

De Amerikaan Alexander Bell kreeg in 1876 octrooi op de eerste telefoon. Edison verbeterde de kwaliteit door een apart luister- en spreekgedeelte te maken.

1886

Ponskaart machine

Voor de volkstelling van 1890 ontwikkelde de Amerikaan Herman Hollerith een ponskaartmachine, de eerste elektrische rekenmachine. Het bedrijf van Hollerith groeide uit tot het latere IBM (Internatinal Business Machines).

1888

Optelmachine

De bankbediende William Burroughs nam patent op een optelmachine. Vier jaar later introduceerde hij een machine die kon optellen en aftrekken en die de resultaten kon afdrukken. Een jaar later bouwde Otto Steiger de eerste machine die bovendien nog kon vermenigvuldigen en delen. Hij heette de 'Millionär'. Deze machine was een groot succes voor kantoorgebruik: een kleine 5000 exemplaren werden in de daarop volgende 40 jaar verkocht.

1895

Draadloze telegrafie

De Italiaan Guglielmo Marconi wordt de uitvinder van de radio genoemd. In 1895 vond hij een draadloos zendsysteem uit, waarmee hij morsetekens kon verzenden. In 1901 werden voor het eerst boodschappen over de Atlantische Oceaan verzonden. Ook contact tussen schepen en het platteland was nu mogelijk.

Van 1900 tot 1940

1904

Radiobuis

De Engelsman John Ambrose Fleming maakte voor het eerst een elektronen- of radiobuis, een apparaat met twee elektroden, waarmee hij radiogolven kon opvangen. In de eerste computers zaten zo'n 20.000 radiobuizen.

1920

Eerste radiostation

De eerste experimentele uitzendingen waren niet veel meer dan het voorlezen van de treindienstregeling. Het eerste radiostation in de VS in Pittsburg begon in 1920 met openbare uitzendingen.

1932

Beeldbuis Al op het eind van de 19e eeuw was geëxperimenteerd met primitieve beeldbuizen. In 1932 demonstreerde RCA een televisie-ontvanger met een beeldbuis. Beeldbuizen zijn luchtledige buizen met een kathode die elektronen uitzendt. De elektronen komen aan het andere brede eind van de buis op het met fosfor bedekte glas (het beeldscherm) dat daardoor oplicht.

1936

Televisie

In 1936 zond de BBC voor het eerst publieke televisie-uitzendingen uit vanuit een studio in Londen.

1938

Balpen

Laszlo Biro, een voor de Nazi's naar Argentinië gevluchte journalist, vond de balpen in 1938 uit. De eerste ballpoints worden in 1945 in Buenos Aires verkocht. In 1953 ontdekte de Fransman Bich (Bic) een proces om ze veel goedkoper te maken.

Van 1940 tot 1970

1940

Complex Calculator

In de Bell Laboratories in de Verenigde Staten maakte George Stiblitz een machine om met complexe getallen te rekenen. Dit rekenwerk werd tot dan toe onder hoge snelheid met de hand gedaan, hierdoor werden regelmatig fouten gemaakt. Stiblitz gebruikte relais (aan-uit-schakelaars) die ook door Bell in de telefooncentrales werden gebruikt. De machine vertaalde decimale getallen in binaire getallen, voerde de berekening uit en vertaalde de uitkomst weer in een decimaal getal. De machine kon op afstand bediend worden via een telex.

1943

Colossos

Alan Turing ontwierp een electronische machine die dicht in de buurt kwam van wat wij tegenwoordig een computer noemen. Hij ontwierp de machine voor de Britse inlichtingendienst om in de tweede wereldoorlog vijandige codes te kraken.

1943

Printplaat

In 1943 maakte de Duitser Paul Eisler de eerste printplaten. Hij drukte schakelingen in koperfolie, sneed ze uit en plakte ze op kunststofplaten. Aanvankelijk werd dit idee gebruikt voor radio's, later ook voor computers.

1943

Z1-Z4

Konrad Zuse ontwikkelde voor de tweede wereldoorlog voor de Duitse Luftwaffe elektromechanische computers: de Z1(1938), Z2 (1941), Z3 (1941) en de Z4 (1943). De eerste drie zijn bij het bombardement op Dresden verloren gegaan. In 1945 hadden de Amerikanen geen belangstelling voor de Z4.

1943

Mark I

In de VS ontwikkelde Howard Aiken in het IBM-laboratorium net als de Duitser Zuse in hetzelfde jaar een elektromechanische computer: de Automatic Sequence Controlled Calculator. Deze machine raakte bekend onder de naam MARK-I . Er werden o.a. berekeningen gedaan voor mijnenvegers, raketten en navigatiesystemen van de Amerikaanse marine.

1946

Eniac

In 1946 bouwden de Amerikanen John Mauchley en John Eckert een elektronische rekenmachine. Hij heette ENIAC (een afkorting voor Electronic Numerical Integrator And Calculator). Het was een enorme machine: hij woog 30 ton en er zaten bijna 20.000 radiobuizen in. Als een buis het begaf lag de hele machine stil. Om de machine een nieuw probleem uit te laten rekenen moesten honderden stekkers in de juiste gaatjes gestopt worden en duizenden schakelaars in de juiste stand gezet worden. Een zakrekenmachine van nu levert inmiddels een grotere prestatie. Toch was hiermee een mijlpaal in de geschiedenis bereikt: de eerste echte computer was geboren (al wordt het woord computer pas in de jaren vijftig gebruikt).

1947

Transistor

In 1947 werd de transistor uitgevonden door de Amerikanen Bardeen, Brattain en Shockley van het Bell-laboratorium. Zij kregen hiervoor in 1956 de Nobelprijs. De transistor was een hele vooruitgang na de radiobuis. Hij was goedkoper, veel kleiner, zuiniger in elektriciteitsverbruik en produceerde veel minder warmte dan de elektronenbuis. Met transistors konden draagbare radio's worden gemaakt. Sony bracht de eerste draagbare transistorradio in 1955 op de markt. Door de transistor kwam ook rond 1955 een tweede generatie computers. Nu pas werd de naam 'computer' algemeen gebruikt. De computers werden veel kleiner en sneller. Bovendien werden voor het eerst magneetgeheugens gebruikt, zodat informatie permanent kon worden opgeslagen.

1959

IC

Verdere verkleining van de computers was mogelijk door de uitvinding van de IC (integrated circuits of geïntegreerde circuits). Printplaten (1943) en meerdere transistoren (1947) werden nu samengevoegd tot een geheel. De eerste IC-tjes verschenen in 1965 op de markt.

1962

Communicatie satelliet

Op 4 oktober 1957 werd de eerste satelliet, de Spoetnik, door de Russen in een baan rond de aarde gebracht. De eerste communicatiesatelliet, de Amerikaanse Telstar, was in staat televisiebeelden van de ene kant van de Atlantische Oceaan naar de ander kant van de oceaan te zenden. In 1969 was het wereldomvattende satellietscommunicatieysteem klaar.

1964

Basic

De eerste programmeertaal voor computers heette Basic, een afkorting voor: Beginners All-purpose Symbolic Instruction Code, een programmeertaal voor allerlei toepassingen.

1968

Tekstverwerker In Amerika werd in een researchinstituut een computer met muis, beeldscherm en tekstverwerker gedemonstreerd.

1969

ARPAnet

Het ministerie van Defensie in de VS gaf in 1969 een aantal universiteiten de opdracht om een netwerk van militaire computers op te zetten. De kunst was om dit netwerk zo op te bouwen dat gegevens toch doorgestuurd konden worden als een of meerdere computers uitvielen, bijvoorbeeld door een bombardement. Begin jaren 80 wordt het netwerk gesplitst. Het ene deel wordt voor militaire doeleinden gebruikt, het andere deel wordt wordt openbaar en bekend onder de naam ARPAnet.

Van 1970 tot 1990

1970

Chips

Op een klein plaatje silicium (chip) werden transistors en andere componenten aangebracht. In zo'n kleine chip kon de microprocessor, de centrale verwerkingseenheid van een computer, geperst worden. De chips werden niet alleen in computers gebruikt, maar ook in allerlei andere apparaten: wasmachines, camera's, etc. De eerste chips komen in 1973 op de markt.

1971

Microprocessor

Door de uitvinding van de chip was het mogelijk microprocessors te maken die sterk genoeg waren om kleine computers te sturen. De eerste succesvolle microprocessor was de Intel 4004. Er zaten 2300 transistoren in verwerkt.

1971

Zakrekenmachines

In 1971 werden in Amerika de eerste zakrekenmachines op de markt gebracht. Hij kon optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, hij woog meer dan een kilo en kostte 150 dollar.

1972

Eerste videospelletje

Het eerste videospelletje dat op de markt kwam heette 'Pong'. Atari was de fabrikant.

1974

Streepjescode

Artikelen konden gecodeerd worden met een streepjescode of 'barcode'. Via een leesapparaat werd de informatie aan de computer doorgegeven. De barcode bestond uit streepjes die vertaald werden in cijfers. De cijfers gaven aan uit welk land, van welke producent en om welk artikel het ging.

1976

Internet

Op basis van het ARPAnet werd in 1975 een wereldwijd netwerk tot stand gebracht. Het systeem om alle computers met elkaar te laten communiceren heet 'Transmission Control Protocol/Internet Protocol' (TCP/IP). Iedere computer had een uniek adres, waardoor gegevens op de juiste plaats terechtkwamen. Vanaf 1976 was het internet met html, TCP/IP en gebruiksvriendelijke software wereldwijd beschikbaar voor particulieren.

1976

Apple

De Apple werd als bouwpakket op de markt gebracht voor 666,66 dollar.

1977

Commodore

Apple II

In 1977 kwam in Amerika de eerste personal computer op de markt. Deze computer was de PET (Personal Electronis Transactor) van Commodore. Hij was door zijn lage prijs, 600 dollar, gericht op een groot publiek. De Apple II personal computer kwam in datzelfde jaar ook op de markt. Het bleek een zeer gebruiksvriendelijke computer, met name door zijn grafische interface. De prijs was 1300 dollar. Hoewel de Apple veel gebruiksvriendelijker was, kon de Commodore populair worden door het enorme prijsverschil.

1980

Robots

Robots werden steeds meer ingezet in productielijnen, bijvoorbeeld in de auto-industrie om assemblagewerk te doen, zoals het vastdraaien van bouten en moeren.

1981

Personal computer IBM

IBM, die tot dan toe alleen grote bedrijfscomputers leverde, kwam op de markt met een microcomputer. De microprocessor in de systeemkast was van het bedrijf Intel en de software voor het besturingssysteem DOS wordt geleverd door Bill Gates. Doordat de prijs in verhouding laag was, was de omzet direct gigantisch. De IBM werden op grote schaal o.a. door Compaq nagemaakt (gekloond). Compaq, Intel en Microsoft (het bedrijf van Bill Gates) voeren er wel bij.

1982

GSM Mobiele telefonie was in Nederland mogelijk vanaf 1980. In 1982 werd een nieuw GSM-netwerk (Group Special Mobile) opgericht dat er voor moest zorgen voor eenzelfde standaard in heel Europa en voor een grotere capaciteit. De markt groeide snel, mede door het liberaliseren van de markt voor telecommunicatie. Op dit moment lopen meer dan 5 miljoen Nederlanders met een mobiele telefoon op zak.

1985

CD-rom

CD-roms, aan de computer aangepaste CD's, en CD-romspelers werden ontwikkeld.

1985

Windows

Als antwoord op het succes van de Apple ontwikkelde Microsoft nu voor het eerst ook een grafische gebruikersomgeving. Windows 1.0 was nog gebaseerd op het oude DOS besturingssysteem en kostte 100 dollar. Apple zou jarenlang processen voeren omdat zij meenden dat hun copyrights daarmee aangetast werden. In 1987 kwam een verbeterde Windows 2.0 uit, gevolgd door Windows 3.0 in 1992. Deze ontwikkelingen waren mede mogelijk door het steeds goedkopen worden van geheugenchips.

1989

Gameboy

De Japanse firma Nintendo bracht in 1989 de Game boy op de markt: een apparaat ter grootte van een zakrekenmachine, waarmee kinderen (en volwassenen) videospelletjes konden spelen.

1989

Nederlandse internetaansluiting In 1989 was de eerste Nederlandse internetaansluiting een feit.

Van 1990 tot nu

1990

Virtual reality

Met virtual reality werd de werkelijkheid nagebootst op een computerscherm of in een videohelm. Virtual reality wordt steeds meer toegepast, bijvoorbeeld bij videospellen, in vaardigheidstrainingen voor piloten en bij presentaties van ontwerpen van nieuwe gebouwen.

1991

WWW

In de jaren tachtig ontwikkelde Tim Berners-Lee, ingenieur bij het Zwitserse CERN (Europeese centrum voor Atoomonderzoek) een programmeertaal die voor het World Wide Web gebruikt ging worden. Dat was de Hypertext Mark-up Language (HTML). Hiermee konden allerlei verschillende computers met elkaar communiceren, wat de start van het Worl Wide Web mogelijk maakte. Een jaar later hadden wereldwijd 1 miljoen computers contact met internet. In 1995 waren dat zes miljoen computers. In 1998 gebruikten naar schatting 40 miljoen mensen het Internet. In Nederland heeft op dit moment meer dan 1 miljoen mensen toegang tot een computer met internet, thuis, op school of op het werk. Dat aantal groeit enorm snel: o.a. door pc-prive-projecten en gratis internetproviders.
 
© Maartens Automatisering

'and' en 'barcode' en 'computer' en 'ifthen' en 'millionär' en 'niks' en 'not' en 'nul' en 'pong' en 'tokens' en 'transmission en 1000vchrabacusde en 105papier en 1189papiermolen en 1440boekdrukkunst en 1500vchralfabethet en 1600jaar en 1642mechanische en 18001622rekenliniaalin en 1805weefgetouw en 1834rekenmachine en 1837elektrische en 1854de en 1873schrijfmachine en 1876telefoon en 1886ponskaart en 1888optelmachine en 1895draadloze en 1932beeldbuis en 19401904 en 1962communicatie en 1968tekstverwerker en 19701940 en 1971microprocessor en 1971zakrekenmachinesin en 1972eerste en 1974streepjescode en 1976apple en 1976internet en 1977commodore en
In samenwerking met Moerstaal / hosting door: Interlize.NET

Belangrijk: Op deze site staan veel tips, hints, en ander materiaal waarmee je de instellingen van je pc, software of randapparatuur kunt wijzigen. Computervrienden kan echter nooit aansprakelijk worden gesteld voor eventuele gevolgen door het gebruik van informatie op deze site! -- All contents © copyright 2001 - 2008 Maartens Automatisering all rights reserved.