Met een printer kun je teksten, tekeningen en foto's, die je op je computer hebt bewerkt, op papier afdrukken. Er zijn diverse soorten:
Matrix printer
Een matrix printer heeft een printkop met daarin 9 of 24 naaldjes. De printkop beweegt langs het papier, terwijl de naaldjes op de juiste momenten even naar buiten komen en het printerlint tegen het papier drukken, zodat er op die plek een puntje komt. Alle puntjes bij elkaar vormen letters, cijfers of zelfs tekeningen.
De matrixprinter wordt niet veel meer gebruikt, maar is goed genoeg om gewone teksten of etiketten af te drukken als er niet veel belang moet gehecht worden aan de kwaliteit. Een ander groot nadeel is de geluidsoverlast die hij veroorzaakt tijdens het printen.
Inkjetprinter
Inkjetprinters hebben een beduidend betere afdrukkwaliteit dan matrixprinters. Mits het goede papier kan je zelfs fotokwaliteit evenaren.
Net zoals bij matrixprinters worden ook hier puntjes op het papier gezet, maar in de plaats van naaldjes die tegen een lint drukken, wordt inkt doorheen gaatjes gespoten. Elk vel dat uit de printer komt moet dan ook even drogen. De printer heeft daarom meestal een speciaal opvangvlak waar de pagina even kan drogen. Het grote voordeel van deze printers is dat ze ook in kleuren kunnen printen.
Bubblejetprinter
Een alternatief voor de inkjetprinter is de bubblejetprinter. Hier wordt inkt in de vorm van belletjes gespoten.
Laserprinter
Laserprinters worden vooral in bedrijven gebruikt, omwille van hun hoge (zwart-wit) kwaliteit, snelle afdruk, geruisloosheid, en lage prijs per afdruk. Ze zijn wel iets duurder in aankoop. Een vaak gebruikte metafoor in dit verband is, dat de laserprinters beschouwd wordt als de werkpaarden in een professionele kantooromgeving.
Er bestaan al een tijdje kleuren-laserprinters. Oorspronkelijk waren die zo duur (€ 12 500) dat het onbetaalbare luxeartikelen waren, maar tegenwoordig beginnen ze aan een sterke opmars in grote bedrijven.