Het toetsenbord zorgt ervoor dat als je een letter intikt dat de computer een seintje krijgt doorgegeven dat de letter is ingetikt en dat het op het beeldscherm verschijnt.
Het is aangesloten aan de computer door een klein stekkertje.
Het toetsen bord bestaat uit verschillende delen:
Het grootste deel bestaat uitletters, cijfers en leestekens. dat heet het alfanumerieke deel. Met behulp van de shift-toets en Capslock kan je hoofdletters maken.
De ontwikkeling van het toetsenbord
Vroeger bestond het toetsenbord en de computer uit een geheel en bestond het toetsenbord uit letters, cijfers, leestekens en een paar speciale toetsen tab, Ctrl, Shift, Capslock, Escape, Reset, Return en twee pijltoetsen. Commodore maakte bij de c64 een (hobby computer) vier functie toetsen. Dit zijn toetsen Waarmee je een programma een bepaalde functie kan laten doen. Met zo`n functie toets kan je de computer makkelijker gebruiken. Bijvoorbeeld je moet bij een programma ctrl-a en ctrl-z indrukken een programmeur kan er voor zorgen dat dit een functie toets word.
IBM maakte in 1981 een computer die gescheiden van het toetsenbord was. Dat was handiger want dan hoefde de computer niet recht voor je neus te staan. Het IBM toetsenbord had niet alleen letters, cijfers, leestekens en speciale toetsen. Maar ook de cijfering zoals een telmachine. En er kwamen geen twee maar vier pijltoetsen.